Pitchies in de praktijk
Aanpak in faseringen
De aanpak van Pitchies is gefaseerd opgebouwd, fase 1 t/m 3. In fase 1 gaat het om de inventarisatie (dossieronderzoek en interview). Dit is nodig om te bepalen in welke fase zij worden geplaatst in het Pitchies traject waardoor het slagingspercentage wordt vergroot. In fase 2 gaat het om de mindsetting van de deelnemer en worden tijdens een co-creatiesessie onmogelijkheden omgezet in mogelijkheden. In fase 3 wordt de uitkomst van de mindsetting verder vertaald in mogelijkheden en de start gemaakt voor het opbouwen van een netwerk.
Toelichting per fase
Plaatsing in fase 1.
In het interview wordt o.a. een beeld verkregen over de navolgende punten:
- Dagbesteding
- Thuissituatie
- Drugs/ drank gebruik
- Financiële situatie (schuldsanering)
- Contacten met politie/justitie
- Psychopathologische indicatie
Als uit het interview blijkt dat één van voorgaande punten een duidelijk probleem vormt, kan een traject in werking gezet worden om deze problematiek aan te pakken. Doorgaans zijn bij dergelijke problemen bij een projectleider (de jongere is bewust projectleider genoemd in het traject) al meerdere instanties betrokken om de projectleider te helpen. Pitchies kan worden ingezet als interventie, waarbij de betrokken instellingen en (heel belangrijk) enkele personen uit het directe netwerk van de projectleider, om de tafel gaan. Indien mogelijk zal binnen de hulpverlenende instellingen één coach (projectbegeleider) aangewezen worden om het Pitchies traject te begeleiden. Ook deze bijeenkomsten werken door middel van co-creatie en de coach zal deze interventie begeleiden. De acties die hieruit voort komen worden ook in het systeem gezet zodat de coach kan volgen hoe het met de projectleider verloopt. Kan vanuit de hulpverlenende instellingen geen coach aangewezen worden, dan kan deze vanuit Pitchies worden geleverd.
Als gekozen wordt om een coach aan te wijzen vanuit een hulpverlenende instelling kan, door een korte workshop, de coach worden getraind om met de Pitchies methode te werken en met het Pitchies systeem. (Train the trainers programma).
Bovengenoemde probleemgebieden vragen duidelijk om een intensievere aanpak en een apart traject.
Plaatsing in fase 2.
In het interview wordt verder ingegaan op de persoonlijkheid van de kandidaat. Welke persoonlijke eigenschappen verhinderen eventueel een arbeidstoeleidingstraject of kunnen voor problemen zorgen tijdens het arbeidsproces.
Gekeken wordt o.a. naar de volgende punten:
- Is er sprake van een negatief zelfbeeld
- Emotionele problematiek (traumatische ervaringen)
- Geen motivatie
- Problematische contacten
- Moeite met gezag, geen kritiek kunnen verdragen, wantrouwend naar omgeving.
Eén of meerdere van bovenstaande punten kunnen spelen bij de kandidaat en zal in het traject moeten worden meegenomen om tot een positief resultaat te kunnen komen. In dit geval wordt de kandidaat geplaatst in fase 2. In fase 2 gaat het om de mindsetting van de kandidaat van onmogelijkheid naar mogelijkheid om te zetten. Door een negatief zelfbeeld, wantrouwen, verkeerde omgeving et cetera verkeerd de kandidaat vaak in een wereld van onmogelijkheden. Door middel van een co-creatie sessie (individueel of in een groep) worden de onmogelijkheden naar mogelijkheden omgezet.
Plaatsing in fase 3.
In fase 3 worden kandidaten geplaatst die een interesse of passie of doel voor ogen hebben. De mindsetting om tot dit te komen heeft al plaats gevonden. In de co-creatie van fase 3 wordt gekeken naar de mogelijkheden en het opbouwen van een netwerk.
Gekeken wordt wie er nodig zijn in het netwerk van de projectleider om het doel te gaan realiseren. De projectleider wordt zelf gevraagd wie hij hierbij wil betrekken en vanuit de begeleiding worden voorstellen gedaan (bijvoorbeeld: iemand vanuit de hulpverlening, ouders, sportdocent, etc.). Dit netwerk wordt aan het werk gezet om mee te denken, tot ideeën te komen en de ideeën tot acties om te zetten.


